Algemeen ondervoorzitter CD&V, Vlaams Volksvertegenwoordiger en Deelstaatsenator

CD&V
23-03-2018

De Senaat draagt het aan banden leggen van hormoonverstorende stoffen hoog in het vaandel!

De plenaire vergadering van de Senaat stemde het informatieverslag van initiatiefnemer Senatrice Cindy Franssen (CD&V) inzake hormoonverstorende stoffen (EDC’s) goed. Deze stemming is de kers op de taart van het vele commissiewerk dat binnen de Senaat, over de partijgrenzen heen, intensief en kwalitatief, informatie heeft verzameld en gebundeld inzake de problematiek rond EDC’s. Het eindresultaat mag er dan ook zijn: de 72 aanbevelingen die worden gebundeld, zorgen ervoor dat dit informatierapport de volgende jaren kan doorgaan als hét referentiekader inzake EDC’s voor alle beleidsniveaus in België. Speerpunten uit de tekst zijn de ontwikkeling van een nationaal actieplan, onmiddellijke maatregelen ter bescherming van doelgroepen met een verhoogde kwetsbaarheid (zwangere vrouwen, kinderen van 0-3 jaar en adolescenten) en meer kennisverzameling en sensibilisering rond de problematiek van de EDC’s.

“EDC’s zijn chemicaliën die de natuurlijke hormonen in ons lichaam nabootsen of ingrijpen op de normale werking van ons hormonaal stelsel. Deze producten duiken anno 2018 overal op – in matrassen, kastickets, verf, speelgoed, … - waardoor het vandaag quasi onmogelijk is er niet aan te worden blootgesteld”, zo licht CD&V-Senatrice Cindy Franssen toe. Nochtans is het beleid rond hormoonverstorende stoffen (en de schadelijke gevolgen ervan) in de meeste Europese lidstaten, ook in België, vooralsnog grotendeels onontgonnen terrein. Desalniettemin zijn de risico’s die verbonden zijn aan blootstelling aan deze chemische stoffen reëel: de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijzigde haar standpunt tussen 2002 en 2012 van ‘een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid’ naar ‘een zeker verband tussen EDC’s en aandoeningen zoals hormoongerelateerde kankers, vruchtbaarheidsproblemen en ontwikkelingsstoornissen’. In Europa zijn voornamelijk Denemarken, Zweden en Frankrijk alert voor de problematiek. Zij hebben de voorbije jaren echt stappen gezet om zowel qua kennis als qua gebruik en sensibilisering hormoonverstorende stoffen aan banden te leggen. Cindy Franssen vindt het nu hoog tijd dat België eveneens één van deze koplopers wordt.

 

“In dit informatieverslag stellen we de volksgezondheid centraal voor huidige en komende generaties. We impliceren de verschillende overheden hun bevoegdheden maximaal te benutten om de blootstelling van de bevolking aan hormoonverstoorders te beperken, de verspreiding van deze stoffen in te dammen en het gebruik ervan in productie en consumptie te reguleren. Er moeten prioritaire maatregelen (van preventie tot verbod) worden voorzien ten aanzien van kwetsbare groepen (zwangere vrouwen, kinderen tot 3 jaar en adolescenten). We pleiten daarom voor het opstellen van een nationaal actieplan in samenspraak met wetenschappers, het middenveld en de bedrijfswereld. Het beleid moet zich steeds laten leiden door het voorzorgprincipe en onafhankelijke wetenschappelijke studies”, zo licht Cindy Franssen toe. “Het Instituut voor de Toekomst zal deze werkzaamheden coördineren”.

 

De aanbevelingen uit het informatieverslag zijn onder meer gericht op preventie, economische regelgeving, verbodsbepalingen en kennisopbouw op langere termijn. “Dat is cruciaal”, zo beargumenteert Cindy Franssen. “Volgens het Amerikaanse Environment Protection Agency bestaan er momenteel zo’n 140 000 chemische stoffen maar werden er daarvan slechts zo’n 1 300 getest op hun hormoonverstorende eigenschappen. Dat is nog geen 1% terwijl de geschatte Europese schade veroorzaakt door EDC’s jaarlijks oploopt tot 157 miljard euro”, aldus de christendemocratische politica.

 

Parallel met het informatieverslag in de Senaat heeft Cindy Franssen als Vlaams volksvertegenwoordiger voorbije zomer ook een conceptnota ingediend in het Vlaams parlement, waarbij ze de Vlaamse Regering vraagt om sensibilisering op hormoonverstorende stoffen voor de meest kwetsbare groepen te verankeren in haar preventiebeleid. “Met dit parlementair initiatief wil ik ook duidelijk stellen dat ik het thema zeker niet loslaat. Het is een maatschappelijk probleem dat moet aangepakt worden in het belang van onze volksgezondheid. Ik zal dan ook het beleid ter zake blijven opvolgen,” aldus Cindy Franssen.

Bookmark and Share

Zoeken