Algemeen ondervoorzitter CD&V, Vlaams Volksvertegenwoordiger en Deelstaatsenator

CD&V
07-03-2018

Zorg- en hulpverleners in Vlaanderen verenigen zich in 60 eerstelijnszones

Huisartsen, apothekers, thuisverplegers, psychologen, welzijnswerkers… zijn de lokale zorg- en hulpverleners die het dichtst bij de Vlaming staan en zo zijn zij het eerste aanspreekpunt voor personen met zorg- en welzijnsvragen. Deze zorg- en hulpverleners gaan nu nauwer en met meer expertise samenwerken. Onderling, maar ook met hun patiënten, het lokale bestuur en de lokale zorg- en welzijnsorganisaties. Zorg- en hulpverleners hebben in hun regio bepaald welke gemeenten samen een eerstelijnszone vormen: een zone van ongeveer 75.000 tot 125.000 inwoners waarbinnen die versterkte samenwerking vorm zal krijgen. 245 van de 308 gemeenten in Vlaanderen hebben al een plaats gevonden in één van 49 zones, de overige gemeenten zullen de komende maanden aansluiten of een eigen zone vormen.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “De oprichting van de eerstelijnszones is een grote stap in de hervorming van de eerste lijn die we in 2016 zijn begonnen. De komende maanden zullen in elke zone de zorg- en welzijnsactoren elkaar beter leren kennen en afspraken beginnen maken. Het doel daarbij is het realiseren van optimale levenskwaliteit en autonomie voor personen met een zorg- of ondersteuningsnood. Daarom moet zorg en hulp gericht zijn op alle levensdomeinen.

 

De expertise zal in elke zone toenemen, dankzij het uitwisselen van kennis en doordat de zones ondersteund zullen worden door een centrale expertiseorganisatie, het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn. Voor de Vlaming betekent dit betere zorg en meer betrokkenheid. Zijn eerstelijnszorg- of hulpverlener krijgt namelijk een ruimer zicht op welke oplossingen er voor zijn specifieke zorgvraag zijn. Daarbij wordt ook meer rekening gehouden met wat de persoon met een zorgnood en zijn mantelzorger zelf willen, kunnen en verwachten.”

 

Oprichting van eerstelijnszones

De eerstelijnshervorming heeft tot doel de zorg in de eerste lijn meer integraal te organiseren, met een centrale plaats voor de persoon met een zorgnood en zijn mantelzorger. Daarom werden eerstelijnszones in het leven geroepen. Die zones zijn de structuren die de integrale zorg op het lokale niveau zullen organiseren. Het zijn gebieden van 75.000 tot 125.000 inwoners. Binnen zo’n zone moeten zorgverleners en lokale overheden elkaar vinden in samenwerkingsverbanden, kringwerking en buurtzorg.

 

Begin juli 2017 werd een oproep voor de vorming van een eerstelijnszone verspreid naar het brede werkveld van de eerste lijn in Vlaanderen. Bij het agentschap Zorg en Gezondheid werden op 31 december 2017 55 aanvragen voor een eerstelijnszone ingediend. Na evaluatie van de ontvankelijkheids- en motivatiecriteria werden 49 projecten voor vorming van eerstelijnszones goedgekeurd. Als bijlage krijgt u een overzicht van welke gemeentes tot welke zone behoren. De gemeenten die nog niet tot een zone zijn toegetreden, zullen dat de komende maanden doen of nog eigen zones vormen. In totaal zullen er ongeveer 60 eerstelijnszones komen.

 

Ondersteuning en werking van de eerstelijnszones

Nu de zones zo goed als gevormd zijn, kunnen ze starten met het uittekenen van het inhoudelijk project voor en met de personen met een zorgnood. Daarvoor worden ze op verschillende manieren ondersteund:

ü  Transitiecoaches: 8 transitiecoaches hebben de opdracht gekregen om de lokale zorg- en hulpverleners en lokale besturen te begeleiden en te ondersteunen in dit veranderingstraject. Ze hebben mee de eerstelijnszones gevormd en zullen er nu in elke zone voor zorgen dat er afspraken komen over samenwerking en doelstellingen.

ü  Personeel: de eerstelijnszones kunnen rekenen op de inzet van personeelsleden die nu al tewerkgesteld zijn door de samenwerkingsinitiatieven eerste lijn, de geïntegreerde diensten thuiszorg en de lokale multidisciplinaire netwerken.

ü  Subsidie per zone: elke goedgekeurde eerstelijnszone krijgt een projectsubsidie van 12.000 euro als werkingsbudget.

 

Transitiecoach Ruth Raes: “Een eerste stap in elke zone was dat de zorg- en hulpverleners elkaar leren kennen. De bruggen die in zo’n zone geslagen worden tussen zorg en welzijn, bijvoorbeeld tussen huisartsen en maatschappelijk werkers, zijn op zich al een grote winst in de zorg voor personen met een zorgnood. Nu staat elke eerstelijnszone voor de opdracht om te bepalen welke zorguitdagingen er in zijn regio zijn en hoe ze die het best gezamenlijk kunnen aanpakken. Om dan uiteindelijk voor elke persoon met een zorgnood die zich aanmeldt bij een eerstelijnszorgverlener, het beste zorgpad te kunnen uittekenen in overleg met die persoon. Twee pilootzones in de zone Dender en de zone Zuid-Oost Limburg, geven daarin het voorbeeld.”

 

Elke zone zal op termijn een Zorgraad oprichten met vertegenwoordigers van verschillende zorgdisciplines en de lokale overheid. Die zorgraden zullen blijvend het initiatief nemen om de samenwerking in elke zone te versterken.

 

De oprichting van de eerstelijnszones is een eerste realisatie in de hervorming van de eerste lijn. Heel wat andere projecten van die hervorming zullen de eerstelijnszones verder versterken. Zo wordt er een Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn opgericht, een expertisecentrum dat de zones en zorgverleners zal ondersteunen met opleiding en advies. Voor personen die veel verschillende zorgverleners nodig hebben komt er een aanbod van zorgcoördinatie en casemanagement, voor wie een zorg- en ondersteuningsplan dient opgemaakt te worden, wordt ondersteuning voorzien.

Ondertussen werd ook het decreet lokaal sociaal beleid goedgekeurd waarbij met onder meer het samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal maximaal wordt ingezet op de strijd tegen onderbescherming en toegankelijkheid van diensten en voorzieningen. Binnen de eerstelijnszones zal ook de ondersteuning van de ontwikkeling van dit geïntegreerd breed onthaal en het afstemmen van bovenlokale en lokale noden worden opgenomen.

Bookmark and Share

Zoeken