Zien, oordelen en handelen
03/03/10
De voorzitter:
Mevrouw Franssen heeft het woord.
Mevrouw Cindy Franssen:
Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag gaat over het onderzoek van Comeva samen met de Koning Boudewijnstichting over de financiële positie van de vrouwen in ons land. Het doel van het onderzoek was tweeledig: vrouwen sensibiliseren die geen financiële problemen hebben en het taboe rond armoede doorbreken, en luisteren naar vrouwen die wel financiële problemen hebben.
Ik heb de studie aangegrepen om opnieuw op het gaspedaal te duwen wat armoedebestrijding betreft. U weet dat ik daar continu mee bezig ben. Het is opmerkelijk dat de resultaten van deze bevraging naar subjectieve armoedebeleving – wat heel belangrijk is en te maken heeft met de binnenkant van armoedebestrijding – toch gelijklopend zijn met alle wetenschappelijke studies. Ik heb het dan over de studies van professor Jan Vranken, van het Centrum voor Sociaal Beleid, over de Europese indicatoren en alle welvaartsindicatoren. Ze brengen hetzelfde verhaal met dezelfde cijfers: de vervrouwelijking van armoede. Heel wat zaken hebben met inkomen te maken, wat een federale materie is. Als gemeenschapssenator zal ik morgen dezelfde vraag stellen in de Senaat.
Ik citeer uit het Vlaams regeerakkoord: “Het is de bedoeling dat elk beleidsdomein hefbomen creëert om de armoede te bestrijden”.
Vlaanderen heeft heel wat bevoegdheden in beleidsdomeinen die rechtstreeks of onrechtstreeks een impact hebben op de financiële positie van mensen en die kunnen verbeteren.
Vandaar mijn vraag aan u, coördinerend minister van Armoedebestrijding, een vraag die tegelijk een appel is naar de hele Vlaamse regering: welke initiatieven neemt de Vlaamse Regering om de financiële situatie van vrouwen in armoede, van vrouwen in Vlaanderen te verbeteren?
De voorzitter:
Minister Lieten heeft het woord.
Minister Ingrid Lieten:
Ik ben heel blij dat we na het heel belangrijke debat over de Oosterweel een minstens even belangrijk debat kunnen voeren over armoede en zeker en vast over armoede bij vrouwen. De studie van Comeva en de Koning Boudewijnstichting bevestigt heel duidelijk wat wij al weten uit andere studies: het armoederisico is bij vrouwen veel groter dan bij mannen. We moeten daar dus bijzondere aandacht voor hebben.
Omwille van de zwakke arbeidspositie van vrouwen zullen we de komende maanden zeker en vast nog slecht nieuws krijgen. Vrouwen werken meestal in sectoren die met betrekking tot de conjuncturele veranderingen in de economie een beetje achteroplopen. Ik vrees dat we de komende maanden slecht nieuws zullen krijgen. Bedrijven zullen hun tewerkstelling verminderen. Vrouwen zullen hier het slachtoffer van worden. De vraagstellers hebben in dit verband terecht naar Carrefour verwezen.
Wat kunnen we hieraan doen? Als we naar het algemeen armoedebeleid en naar het specifiek armoedebeleid ten aanzien van vrouwen kijken, moeten we ons steeds op drie elementen focussen. Op de eerste plaats komt de tewerkstelling. Op de tweede plaats komen de minimuminkomens bij ziekte, invaliditeit, werkloosheid en pensionering. Die inkomens moeten volstaan om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Op de derde plaats komt de sociale dienstverlening, die toegankelijk en betaalbaar moet zijn.
De Vlaamse Regering zal zich op die drie pijlers blijven baseren en blijven voortwerken. Als coördinerend minister zal ik, samen met de overige leden van de Vlaamse Regering, het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding opstellen. We zullen, samen met de verenigingen uit het middenveld een globaal actieplan opstellen. We zullen hierbij specifiek aandacht aan de positie van de vrouwen schenken. Ik heb al contact met de Vrouwenraad gehad. De Vrouwenraad en de verenigingen waar armen het woord nemen zullen aan de uitbouw van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding meewerken.
Ook met betrekking tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting komen vrouwen als aandachtspunt prominent naar voren. Het is de bedoeling op armoede bij kinderen, bij gezinnen en bij oudere mensen te focussen. Met betrekking tot dit laatste aandachtspunt is de problematiek zeer specifiek. Het gaat erom dat vrouwen niet altijd dezelfde loopbaanmogelijkheden als hun mannelijke collega’s hebben of hebben gehad. Hierdoor krijgen ze meestal een onvolledig pensioen. Ze hebben niet altijd dezelfde voorzieningen met betrekking tot de opbouw van hun eigen pensioen getroffen. Als ze uiteindelijk op pensioen gaan, komen ze soms alleen te staan en moeten ze met een beperkt inkomen trachten de dag te runnen.
We werken niet enkel aan de beleidsmatige opbouw van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Ook in verband met het Werkgelegenheids- en Investeringsplan (WIP) zijn een aantal maatregelen genomen. Wat armoede betreft, vormt werk in het WIP een belangrijke hefboom. We hebben hierover langdurig met de sociale partners van gedachten gewissseld.
Het WIP bevat een aantal specifieke maatregelen om mensen in armoede naar een werksituatie te begeleiden. De VDAB voorziet in specifieke begeleiding. Dit verloopt in samenwerking met organisaties die hiermee al ervaring hebben opgebouwd. Het uitgangspunt van het WIP is de vraag hoe we de tewerkstellingskansen van mensen in armoede kunnen verhogen. Het WIP wordt momenteel volop uitgevoerd en wordt door de Vlaamse Regering opgevolgd.
Daarnaast is er nog een ander actiepunt dat we praktisch uitvoeren en dat ik hier al eerder heb aangekondigd. We trachten ervoor te zorgen dat iedereen de sociale rechten waar hij recht op heeft automatisch krijgt. Veel mensen weten niet voldoende waarop ze recht hebben. Ze zien door de bomen het bos niet meer. Ze beschikken niet over de communicatietools of de zelfredzaamheid om die rechten zelf aan te vragen. Aangezien ze die rechten nu niet krijgen, zou een automatische toekenning ervoor kunnen zorgen dat veel mensen, waaronder zeker vrouwen in armoede, zouden krijgen waar ze recht op hebben.
Bij de afsluiting van het Vlaams regeerakkoord is nog een belangrijk actieplan tot stand gekomen. We hebben beslist het aantal kinderopvangplaatsen op te drijven. Dit vormt een wezenlijk en essentieel bestanddeel van het beleid om de werkgelegenheid voor vrouwen te verbeteren. We willen het aantal plaatsen in de kinderopvang gevoelig opdrijven. Zeker in de grote steden zijn er nog grote tekorten. Minister Vandeurzen werkt hard aan dit actieplan.
Minister Smet heeft aangekondigd dat hij een actieplan zal opstellen om de loopbaankloof beter in kaart te brengen. Hij zal nagaan hoe we specifieke maatregelen kunnen treffen. Mevrouw Turan heeft al naar het bestaan van de loopbaankloof verwezen. Soms krijgen vrouwen niet hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Soms zetten ze pas later in hun loopbaan stappen omhoog. Soms komen ze niet tot een volledige loopbaan omdat ze, bijvoorbeeld, deeltijds gaan werken of enkele jaren thuisblijven om voor de kinderen te zorgen. Dit resulteert, zeker op latere leeftijd, in een verhoogd armoederisico. Minister Smet zal op dit vlak een initiatief nemen.
Ik probeer even te resumeren wat de Vlaamse Regering doet.
Wij hebben ook een duidelijke vraag gericht aan onze federale collega’s om de minimuminkomens te herbekijken. Wij hebben die vraag gesteld in het kader van het samenwerkingsfederalisme. Deze morgen nog heb ik op het Overlegcomité gevraagd dat de initiatieven die ik samen met staatssecretaris Courard uitwerk, om samen met de andere gewesten een geïntegreerde aanpak te krijgen rond armoede, door iedereen zou worden ondersteund.
Het minimumbedrag van alle minimuminkomens zoals men dat krijgt bij ziekte, werkloosheid en ouderdom, komt op dit moment niet overeen met het bedrag dat we nodig zouden hebben om boven de armoedegrens te raken. Daar zit nog voor minstens 80 euro verschil op. Op maandbasis maakt dat een heel groot verschil voor mensen die nu maar net het hoofd boven water kunnen houden.
Mevrouw Cindy Franssen:
Minister, bedankt voor het antwoord. Ik deel uw mening dat de aanpak van armoede bij kinderen die Vlaanderen naar voren schuift, niet los kan worden gezien van de situatie van de ouders. Dat moet samen met de generatiearmoede worden bekeken.
Ik ben blij dat u blijft herhalen dat de automatische toekenning van sociale grondrechten er zeker doorkomt, en liefst nog versneld. Ook de uitvoering van de resolutie die wij hier op het einde van de vorige legislatuur, onder andere samen met mevrouw Hostekint, hebben ingediend om de loopbaan- en loonkloof weg te werken, is een goede zaak.
Ik heb nog een bijkomende vraag. Naar aanleiding van het Europese jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting had de Raad van Europa al in 2007 een aanbeveling goedgekeurd om genderindicatoren inzake armoedebestrijding te ontwikkelen. Het Vlaamse actieplan Armoedebestrijding komt eraan, vermoedelijk voor het zomerreces, en dat heeft de ambitie om een strategisch plan te worden. Worden de genderindicatoren daar ook in opgenomen? Wordt er gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van Europa?
Minister Ingrid Lieten:
Ik dank alle collega’s voor de gedeelde zorg voor vrouwen in armoede in specifieke situaties: oudere vrouwen, alleenstaande vrouwen, vrouwen met kinderen, vrouwen die proberen werk te combineren met de zorg voor hun gezin enzovoort. Ik neem alle suggesties zeker mee naar de bespreking met de collega’s over de verschillende beleidsplannen en de uitvoering van de verschillende actieplannen. Ik hoop dat het voorbeeld van de heer De Loor gevolgd wordt door het engagement van heel veel mannen.
Mevrouw Cindy Franssen:
Er zijn vandaag in de plenaire vergadering al heel wat grote mannen geciteerd. Ik verwijs naar een van mijn grote mannen: Cardijn. We hebben de resultaten en studies gezien. Er is genoeg gemeten. We hebben al geoordeeld dat armoede een structureel, maatschappelijk, multidimensionaal probleem is. Het wordt tijd om versneld te handelen.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.
Mevrouw Franssen heeft het woord.
Mevrouw Cindy Franssen:
Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag gaat over het onderzoek van Comeva samen met de Koning Boudewijnstichting over de financiële positie van de vrouwen in ons land. Het doel van het onderzoek was tweeledig: vrouwen sensibiliseren die geen financiële problemen hebben en het taboe rond armoede doorbreken, en luisteren naar vrouwen die wel financiële problemen hebben.
Ik heb de studie aangegrepen om opnieuw op het gaspedaal te duwen wat armoedebestrijding betreft. U weet dat ik daar continu mee bezig ben. Het is opmerkelijk dat de resultaten van deze bevraging naar subjectieve armoedebeleving – wat heel belangrijk is en te maken heeft met de binnenkant van armoedebestrijding – toch gelijklopend zijn met alle wetenschappelijke studies. Ik heb het dan over de studies van professor Jan Vranken, van het Centrum voor Sociaal Beleid, over de Europese indicatoren en alle welvaartsindicatoren. Ze brengen hetzelfde verhaal met dezelfde cijfers: de vervrouwelijking van armoede. Heel wat zaken hebben met inkomen te maken, wat een federale materie is. Als gemeenschapssenator zal ik morgen dezelfde vraag stellen in de Senaat.
Ik citeer uit het Vlaams regeerakkoord: “Het is de bedoeling dat elk beleidsdomein hefbomen creëert om de armoede te bestrijden”.
Vlaanderen heeft heel wat bevoegdheden in beleidsdomeinen die rechtstreeks of onrechtstreeks een impact hebben op de financiële positie van mensen en die kunnen verbeteren.
Vandaar mijn vraag aan u, coördinerend minister van Armoedebestrijding, een vraag die tegelijk een appel is naar de hele Vlaamse regering: welke initiatieven neemt de Vlaamse Regering om de financiële situatie van vrouwen in armoede, van vrouwen in Vlaanderen te verbeteren?
De voorzitter:
Minister Lieten heeft het woord.
Minister Ingrid Lieten:
Ik ben heel blij dat we na het heel belangrijke debat over de Oosterweel een minstens even belangrijk debat kunnen voeren over armoede en zeker en vast over armoede bij vrouwen. De studie van Comeva en de Koning Boudewijnstichting bevestigt heel duidelijk wat wij al weten uit andere studies: het armoederisico is bij vrouwen veel groter dan bij mannen. We moeten daar dus bijzondere aandacht voor hebben.
Omwille van de zwakke arbeidspositie van vrouwen zullen we de komende maanden zeker en vast nog slecht nieuws krijgen. Vrouwen werken meestal in sectoren die met betrekking tot de conjuncturele veranderingen in de economie een beetje achteroplopen. Ik vrees dat we de komende maanden slecht nieuws zullen krijgen. Bedrijven zullen hun tewerkstelling verminderen. Vrouwen zullen hier het slachtoffer van worden. De vraagstellers hebben in dit verband terecht naar Carrefour verwezen.
Wat kunnen we hieraan doen? Als we naar het algemeen armoedebeleid en naar het specifiek armoedebeleid ten aanzien van vrouwen kijken, moeten we ons steeds op drie elementen focussen. Op de eerste plaats komt de tewerkstelling. Op de tweede plaats komen de minimuminkomens bij ziekte, invaliditeit, werkloosheid en pensionering. Die inkomens moeten volstaan om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Op de derde plaats komt de sociale dienstverlening, die toegankelijk en betaalbaar moet zijn.
De Vlaamse Regering zal zich op die drie pijlers blijven baseren en blijven voortwerken. Als coördinerend minister zal ik, samen met de overige leden van de Vlaamse Regering, het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding opstellen. We zullen, samen met de verenigingen uit het middenveld een globaal actieplan opstellen. We zullen hierbij specifiek aandacht aan de positie van de vrouwen schenken. Ik heb al contact met de Vrouwenraad gehad. De Vrouwenraad en de verenigingen waar armen het woord nemen zullen aan de uitbouw van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding meewerken.
Ook met betrekking tot het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting komen vrouwen als aandachtspunt prominent naar voren. Het is de bedoeling op armoede bij kinderen, bij gezinnen en bij oudere mensen te focussen. Met betrekking tot dit laatste aandachtspunt is de problematiek zeer specifiek. Het gaat erom dat vrouwen niet altijd dezelfde loopbaanmogelijkheden als hun mannelijke collega’s hebben of hebben gehad. Hierdoor krijgen ze meestal een onvolledig pensioen. Ze hebben niet altijd dezelfde voorzieningen met betrekking tot de opbouw van hun eigen pensioen getroffen. Als ze uiteindelijk op pensioen gaan, komen ze soms alleen te staan en moeten ze met een beperkt inkomen trachten de dag te runnen.
We werken niet enkel aan de beleidsmatige opbouw van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Ook in verband met het Werkgelegenheids- en Investeringsplan (WIP) zijn een aantal maatregelen genomen. Wat armoede betreft, vormt werk in het WIP een belangrijke hefboom. We hebben hierover langdurig met de sociale partners van gedachten gewissseld.
Het WIP bevat een aantal specifieke maatregelen om mensen in armoede naar een werksituatie te begeleiden. De VDAB voorziet in specifieke begeleiding. Dit verloopt in samenwerking met organisaties die hiermee al ervaring hebben opgebouwd. Het uitgangspunt van het WIP is de vraag hoe we de tewerkstellingskansen van mensen in armoede kunnen verhogen. Het WIP wordt momenteel volop uitgevoerd en wordt door de Vlaamse Regering opgevolgd.
Daarnaast is er nog een ander actiepunt dat we praktisch uitvoeren en dat ik hier al eerder heb aangekondigd. We trachten ervoor te zorgen dat iedereen de sociale rechten waar hij recht op heeft automatisch krijgt. Veel mensen weten niet voldoende waarop ze recht hebben. Ze zien door de bomen het bos niet meer. Ze beschikken niet over de communicatietools of de zelfredzaamheid om die rechten zelf aan te vragen. Aangezien ze die rechten nu niet krijgen, zou een automatische toekenning ervoor kunnen zorgen dat veel mensen, waaronder zeker vrouwen in armoede, zouden krijgen waar ze recht op hebben.
Bij de afsluiting van het Vlaams regeerakkoord is nog een belangrijk actieplan tot stand gekomen. We hebben beslist het aantal kinderopvangplaatsen op te drijven. Dit vormt een wezenlijk en essentieel bestanddeel van het beleid om de werkgelegenheid voor vrouwen te verbeteren. We willen het aantal plaatsen in de kinderopvang gevoelig opdrijven. Zeker in de grote steden zijn er nog grote tekorten. Minister Vandeurzen werkt hard aan dit actieplan.
Minister Smet heeft aangekondigd dat hij een actieplan zal opstellen om de loopbaankloof beter in kaart te brengen. Hij zal nagaan hoe we specifieke maatregelen kunnen treffen. Mevrouw Turan heeft al naar het bestaan van de loopbaankloof verwezen. Soms krijgen vrouwen niet hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Soms zetten ze pas later in hun loopbaan stappen omhoog. Soms komen ze niet tot een volledige loopbaan omdat ze, bijvoorbeeld, deeltijds gaan werken of enkele jaren thuisblijven om voor de kinderen te zorgen. Dit resulteert, zeker op latere leeftijd, in een verhoogd armoederisico. Minister Smet zal op dit vlak een initiatief nemen.
Ik probeer even te resumeren wat de Vlaamse Regering doet.
Wij hebben ook een duidelijke vraag gericht aan onze federale collega’s om de minimuminkomens te herbekijken. Wij hebben die vraag gesteld in het kader van het samenwerkingsfederalisme. Deze morgen nog heb ik op het Overlegcomité gevraagd dat de initiatieven die ik samen met staatssecretaris Courard uitwerk, om samen met de andere gewesten een geïntegreerde aanpak te krijgen rond armoede, door iedereen zou worden ondersteund.
Het minimumbedrag van alle minimuminkomens zoals men dat krijgt bij ziekte, werkloosheid en ouderdom, komt op dit moment niet overeen met het bedrag dat we nodig zouden hebben om boven de armoedegrens te raken. Daar zit nog voor minstens 80 euro verschil op. Op maandbasis maakt dat een heel groot verschil voor mensen die nu maar net het hoofd boven water kunnen houden.
Mevrouw Cindy Franssen:
Minister, bedankt voor het antwoord. Ik deel uw mening dat de aanpak van armoede bij kinderen die Vlaanderen naar voren schuift, niet los kan worden gezien van de situatie van de ouders. Dat moet samen met de generatiearmoede worden bekeken.
Ik ben blij dat u blijft herhalen dat de automatische toekenning van sociale grondrechten er zeker doorkomt, en liefst nog versneld. Ook de uitvoering van de resolutie die wij hier op het einde van de vorige legislatuur, onder andere samen met mevrouw Hostekint, hebben ingediend om de loopbaan- en loonkloof weg te werken, is een goede zaak.
Ik heb nog een bijkomende vraag. Naar aanleiding van het Europese jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting had de Raad van Europa al in 2007 een aanbeveling goedgekeurd om genderindicatoren inzake armoedebestrijding te ontwikkelen. Het Vlaamse actieplan Armoedebestrijding komt eraan, vermoedelijk voor het zomerreces, en dat heeft de ambitie om een strategisch plan te worden. Worden de genderindicatoren daar ook in opgenomen? Wordt er gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van Europa?
Minister Ingrid Lieten:
Ik dank alle collega’s voor de gedeelde zorg voor vrouwen in armoede in specifieke situaties: oudere vrouwen, alleenstaande vrouwen, vrouwen met kinderen, vrouwen die proberen werk te combineren met de zorg voor hun gezin enzovoort. Ik neem alle suggesties zeker mee naar de bespreking met de collega’s over de verschillende beleidsplannen en de uitvoering van de verschillende actieplannen. Ik hoop dat het voorbeeld van de heer De Loor gevolgd wordt door het engagement van heel veel mannen.
Mevrouw Cindy Franssen:
Er zijn vandaag in de plenaire vergadering al heel wat grote mannen geciteerd. Ik verwijs naar een van mijn grote mannen: Cardijn. We hebben de resultaten en studies gezien. Er is genoeg gemeten. We hebben al geoordeeld dat armoede een structureel, maatschappelijk, multidimensionaal probleem is. Het wordt tijd om versneld te handelen.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.


