Minister Smet schuift evaluatie onderwijs op lange baan
Volgens het decreet lokaal flankerend onderwijsbeleid mogen de sociale voordelen die de gemeenten aan hun eigen scholen toekennen geen concurrentievoordeel ople-veren ten aanzien van de scholen van de andere netten. Om dit na te gaan bepaalt het decreet dat de gemeenten jaarlijks een overzicht van de sociale voordelen die ze toekennen, moeten overmaken aan de Vlaamse regering. Uit antwoorden die Vlaams volksvertegenwoordiger Cindy Franssen (CD&V) van de vorige en huidige minister van onderwijs ontving, blijkt dat de gegevens nog steeds niet beschikbaar zijn.
In 2007 creëerde de Vlaamse overheid de mogelijkheid voor ste-den en gemeenten om op hun grondgebied een eigen onderwijs-beleid te ontwikkelen voor alle scholen, het zogenaamde lokaal flankerend onderwijsbeleid. De rol van de steden en gemeenten wordt duidelijk beschreven. Ook de problematiek van de sociale voordelen wordt in het decreet aangepakt zodat die geen hinder-nissen meer vormen voor lokale initiatieven.
Zo worden in het decreet de sociale voordelen opgesomd die de gemeenten verplicht zijn aan te bieden aan “alle scholen van de andere schoolbesturen gelegen op hun grondgebied, als die erom verzoeken”, zodra ze deze voordelen toekennen aan de eigen (gemeentelijke) scholen. Onder “sociale voordelen” wordt begre-pen: (1) het ochtend- en avondtoezicht; (2) het middagtoezicht voor de tijdsduur van maximaal één uur; (3) het ter beschikking stellen van de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke in-frastructuur; (4) de kosten van de toegang tot het zwembad voor de leerlingen lager onderwijs, indien het zwembad niet be-hoort tot de gemeentelijke sportinfrastructuur en (5) het leerlin-genvervoer in het basisonderwijs.
Daarbovenop kunnen de gemeenten andere voordelen die ze aan hun eigen scholen toekennen ook aan de scholen van de andere netten verlenen.
Uit de praktijk blijkt echter dat er veel interpretatieverschillen bestaan over de reikwijdte van het decreet. Wat kan in de ene gemeente, kan dan weer niet in een andere. Dat leidt tot onbe-grip en gevoelens van willekeur bij heel wat schooldirecties. Om dit te ondervangen bepaalt het decreet dat de gemeenten aan de Vlaamse Regering jaarlijks een overzicht moeten bezorgen van de sociale en andere voordelen die ze toekennen. Indien nodig kan de Vlaamse Regering dan, op basis van deze gegevens, in-grijpen.
In december 2008, kondigde toenmalig minister van onderwijs Vandenbroucke in antwoord op een parlementaire vraag van Cindy Franssen, een concrete bevraging aan bij de gemeenten om de toegekende sociale en andere voordelen, alsook de staat van gedane uitgaven te inventariseren. De gegevens werden tegen 1 maart 2009 verwacht. Na uitblijven van de gegevens herhaalde Franssen in september haar vraag aan huidig minister van onderwijs Smet. Uit zijn antwoord blijkt dat men nog moet beginnen aan de bevraging en dat de resultaten uiterlijk in juli 2010 moeten geïnventariseerd zijn.
Vlaams volksvertegenwoordiger Cindy Franssen kijkt met ver-bijstering naar de laksheid waarmee de Vlaamse minister van onderwijs talmt met de decretale verplichting om de desbetref-fende gegevens op te vragen. Dat hij er zo lang over doet, zou je bijna doen vermoeden dat men iets wil verbergen. Hoe langer men zo’n evaluatie uitstelt, hoe langer een bijsturing uitblijft. Iets wat volgens de signalen die ik opvang, dringend nodig is.”


